Albanië – Nog werk aan de winkel

Van Montenegro wisten we totaal niet wat we er van mochten verwachten. Maar Albanië is wel een ander verhaal. Hoewel nog vrij onbekend, lazen we online toch al veel lyrische en lovende commentaren over Albanië. Prachtige bergen, mooie stranden en vooral: goedkoop leven en zeer schappelijke restaurants. Zoals je verder in deze post zal lezen, kon Albanië toch niet alle verwachtingen inlossen.

Albanië ligt Noord-Zuid gezien tussen Montenegro en Griekenland, het grenst ook aan Kosovo en Noord-Macedonië. Het land telt 3 miljoen inwoners en is een democratie, na de val van het communisme en dictator Enver Hoxha in 1991. De rest kan je natuurlijk zelf nalezen op Wikipedia ?.

Op 8 oktober (ja, de blog begint serieus achter te lopen…) reden we Albanië binnen vanuit Montenegro. De grensovergang was standaard en sloom. Eén tip: begin wat op je gsm te spelen terwijl je wacht op het tikwerk van de douanier, wat dat ook mag wezen: als ze doorhebben dat jij óók helemaal geen haast hebt, is de lol er voor hen ook af… Nog meer dan in Montenegro viel ons onmiddellijk op dat de rijkdom hier een pak minder is. Massa’s afval in de bermen, aftandse auto’s, boeren met paard en kar, en grote afwezigheid van voor ons bekende westerse merken.

Eerst internet fixen en dan eens goed gaan eten…

Onze eerste halte was Koplik, een klein stadje waar een Vodafone winkel zou zijn. Deze vonden we zonder problemen. We stonden wat ‘louche’ geparkeerd dus bleef Nikki wachten in Nigel terwijl ik internet ging fixen. Twee jongedames konden me in het Engels uitleggen dat we een toeristenkaart konden kopen voor 1700 LEK, grofweg 15 €, 20 GB voor 20 dagen, als ik het me goed herinner. Enige probleem: betalen met kaart ging niet. Vreemd… Dan maar naar de bank aan de overkant. Oei, het zou me 8 € kosten om een afhaling te doen en ik had geen flauw idee hoeveel LEK we nodig zouden hebben! Gelukkig was er naast de Vodafone winkel een Moneygram waar ik cash kon wisselen aan een perfecte wisselkoers. Ik wisselde 30 € in LEK en kocht een simkaart die de dames ondertussen hadden geactiveerd met mijn ID. De simkaart ging in de 4G router en bam, we waren weer in de lucht. Millennials als we zijn kunnen we natuurlijk niet langer dan 2u zonder internet, verdwaling, honger, dorst en totale vervreemding schuilen achter de hoek…

Met de overige 1700 LEK besloten we om de lokale gastronomie uit te proberen. Google Maps is vrij nutteloos in niet-toeristische gebied in Albanië om een restaurant of winkel te vinden. Gelukkig vonden we iets op park4night… Pro Tip: Als een restaurant op park4night staat, dan weet de eigenaar dit waarschijnlijk ook!

Er was weinig in stock en we moesten ook tellen want we hadden maar 1700 LEK over… We bestelden alletwee ‘pork ribs’, frietjes en een liter wijn. Dat de Albanese kaart andere prijzen had dan de Engelse (300 LEK vs 500 LEK voor het gerecht op de foto), lieten we passeren, het was nog steeds zeer goedkoop. Hoewel het er niet super appetijtelijk uitziet, was het vlees zeer mals en vol van smaak. De communicatie liep iets minder vlot want zowel de eigenaar als de ober spraken enkel Albanees.

De rekening bedroeg 2000 LEK, maar na wat onderhandelen en gebarentaal werd deze terug gebracht naar de correcte 1600 LEK. Foutje… Kan gebeuren natuurlijk, onze regering mistelt zich soms ook.

Pork ribs & frietjes

De eerst overnachting

Hoewel zeer smakelijk kon onze lunch ons nog niet helemaal overtuigen, we zouden later nog wel eens een ander restaurant proberen… Maar, het was stilaan tijd om een plekje te zoeken voor de nacht. We reden naar een klein dorpje ‘Rinia’, een beetje ten noorden van Durrës.

Door onze millennial-luiheid hadden we de locatie in park4night niet nagekeken en reden we eerst nog een stukje de bergen in. Onze frank viel toen we een heel steil stukje opreden en Waze 5 min ETA aangaf. We corrigeerden de fout maar besloten de weg verder te volgen: we waren nu toch al boven. We reden langs menig Albanees bergdorp en dat was wel de moeite waard. Uiteraard veel verbaasde blikken toen ze ons langs zagen komen, veel toeristen passeren daar waarschijnlijk niet.

We stopten even om de benen te strekken, overwogen even om daar te blijven staan. Er was buiten het prachtige uitzicht weinig te beleven dus reden we even later toch weer door. Gelukkig was de weg in orde en kwamen we na een uurtje lang de andere kant van de heuvels aan de zee uit

Na onze korte bergtocht vonden een klein winkeltje waar we een paar Albanese pilsjes, een fles wijn en een brood kochten voor 5 €. Jep, we ontdekten dat de meeste Albanese winkels geen probleem hebben met euro’s te aanvaarden. Wel cash, bankkaart is uitzonderlijk.

Daarna reden we door de meest hobbelige zandweg ooit door een bos naar het strand. De dag erna zouden we ontdekken dat er een betere weg was, maar hey, een beetje avontuur kan geen kwaad toch. Hoewel het nog volop nazomerde, en de temperatuur goed zat, oogde het strand een beetje grauw.

Strandbar, of bandencentrale?

Aan de vele strandbars – de meesten nogal geïmproviseerd – te zien, is het hier ’s zomers goed vertoeven. Helaas was het seizoen al voorbij en gaf dit strand ons een heel desolaat gevoel. Er was geen ziel te bespeuren en het begon al snel te schemeren.

Siggy had een wandeling verdiend
Strandbar en zicht op zee
De Maan kwam ons vergezellen

We sliepen in elk geval heel rustig, enkel wat gehuil van honden, of jakhalzen, in de verte. ’s Morgens passeerde er een terreinwagen en een visser te fiets… We maakten een korte wandeling langs het strand: meer gesloten strandbars, afval in de kant en geïmproviseerde toiletten. Nee, dit strand ging het niet worden, al blijven we erbij dat dit waarschijnlijk wel een pak gezelliger zou zijn in de zomer.

Houten constructie in het water

Het verkeer in Albanië

De weg ging verder richting Fier via de SH4 snelweg, veel alternatief was er niet. Ondertussen hadden we begrepen dat het verkeer in Albanië echt het wilde westen is: Voorrang is voor de snelste of grootste en snelheidsbeperkingen zijn optioneel. Voorbijsteken kan langs links, maar hoeft niet. Aan de kant van de weg zagen we wel zeer veel politiecontroles, maar ons lieten ze ongemoeid. In elk geval, kijk goed uit je doppen in Albanië en reken niet op de verkeersregels. Vergeet ook niet dat een auto een luxe is die de Albanezen maar pas sinds 1992 kennen. Qua brandstof verbaasde het ons dat deze omgerekend € 2.15 per liter diesel kostte! Voor een land dat zelf olie produceert en waar het gemiddeld maandloon rond de € 300 ligt, toch wel merkwaardig.

We reden langs Tirana, de hoofdstad van Albanië. Volgens velen een bezoekje waard, maar wij zijn meer geïnteresseerd in de natuur. Op dat moment specifiek de natuur aan de zee, aangezien de temperaturen nog dik in orde waren. Tirana houden we dus voor een volgende keer. We reden vlotjes verder tot voorbij Fier en vonden een mooi strand genaamd “Darzez Beach”. Hier was best wel wat meer animo. Een paar buitenlandse campers, veel lokale toeristen en vissers presents en zeker twee strandbars waren open.

Darzez Beach

We maakten na het parkeren kennis met een heel lieve straathond met een manke achterpoot. Een soort jachthond. Volgens mijn experte een Coonhound, of toch iets wat er naast gelegen heeft. Hij was direct zeer aanhankelijk en Moya kon het goed met hem vinden.

Beter weer, beter strand
Onze lunch

We besloten de Albanese gastronomie nog eens uit te proberen. Een klant vertolkte een beetje voor ons in het Engels en we bestelden ‘Mixed Fish Plate’ met frietjes en salade en twee Salitos, het enige bier dat ze hadden. Het smaakte ons en we genoten wat van het zonnetje, op een terras waar geen enkele stoel dezelfde was en creatief was omgesprongen met oude autobanden: die kunnen dienen als bloempot, om een muurtje van te maken, als fundering voor het kippenhok etc. De rekening bedroeg deze keer omgerekend € 30, de Mixed Fish Plate was dus per ‘plate’. We voelden ons toch weer een beetje bekocht, in Spanje of Italië eet je veel beter voor minder. Onze Duitse camperburen zeiden al smalend dat de prijs in Albanië vanzelf maal twee of zelfs drie gaat, wanneer ze merken dat je een buitenlander bent. Waren we twee keer op rij in een tourist trap gelopen?

Onze nieuwe vriend…

We lieten het niet aan ons hart komen en genoten de rest van de dag van het zonnetje en zwommen in de zee. Toen het donker werd kwamen er drie ‘gepimpte’ terreinwagens, type oudere Jeep Cherokee, lekker racen op het strand. Zou bij ons ondenkbaar zijn, en de hoge dieselprijzen deerden hun blijkbaar niet. Enfin, ze waren ver genoeg om het grappig te vinden. We sliepen weer zeer rustig…

Een hele nacht sliep de hond – die ons al heel de dag op de voet volgde – op het matje dat we hem gaven. De volgende dag besloten we om te vertrekken omdat we ons teveel begonnen te hechten aan deze lieve jongen, vooral Nikki. We gaven hem en zijn vriendjes nog wat brokken en reden door. Onze vriend holde nog een heel eind achter Nigel aan toen we wegreden en we kregen het allebei heel moeilijk, daar kwamen de traantjes! We hadden hem graag meegenomen, maar daar hebben we met twee katten en een hondje echt geen plaats meer voor (dat was althans mijn mening). We hopen alvast dat het er goed mee gaat, of dat een andere reiziger hem adopteert. Straathonden hebben het in Albanië niet gemakkelijk, maar op deze plek komen veel toeristen en we zagen enkele vissers wat overschotjes geven aan de honden. Voor je gaat denken dat we hem beter bij een asiel hadden afgezet: de asielen in Albanië en Griekenland zitten vaak al overvol en de leefomstandigheden zijn echt allesbehalve beter dan op straat.

Gjirokaster

Teneergeslagen reden we verder naar de volgende bezienswaardigheid: Gjirokaster. Dit oude stadje is UNESCO werelderfgoed en is een goed bewaard Ottomaans dorp. Het is ook de geboorteplaats van Enver Hoxha en heeft een kasteel dat uitkijkt over de stad. Hier krijg je een toeristisch Albanië te zien: prachtige wandelstraatjes met souvenirshops en restaurants en perfect onderhouden wandelpaden en wegen. We klommen naar het kasteel en kuierden wat door het oude gedeelte. Wat wel opviel is dat deze sfeer even snel weer weg valt eens je uit het oude gedeelte wandelt, dan is het weer armoe troef.

Jammer genoeg ben ik helemaal vergeten om foto’s te maken in Gjirokaster, maar beeldmateriaal is er wel en ik maak snel werk van een Youtube video over Albanië…

Na het bezoek van Gjirokaster zochten we een supermarkt, die vonden we dichtbij de SH4 aan de voet van de heuvel van de stad. Hoewel dit een van de grotere supermarkten was die we al gevonden hadden, was het aanbod toch weer beperkt en betalen met kaart niet mogelijk. Onze cash euro’s begonnen op te geraken en we begonnen het gemak van grotere supermarkten (yes, Lidl, het wordt tijd dat jullie ons beginnen sponsoren) te missen. We hoopten ook dat de diesel in Griekenland betaalbaarder was (ijdele hoop zou blijken) en we besloten anderhalf uurtje door te rijden naar Ioannina over de Griekse grens.

De uitdagingen van Albanië

De grensovergang was deze keer iets anders, elke koffer en laadruimte werd gecheckt. Bij het zien van onze volgepakte ‘garage’ vroegen ze hoe lang we in Albanië geweest waren. Ik antwoordde: “enkele dagen” en dat was voldoende voor de douanier om ons door te laten. Andere auto’s met Griekse en Albanese nummerplaten werden veel grondiger gecheckt. Achteraf kwamen we te weten waarom: Aan de SH4, voor Gjirokaster, ligt Lazarat, een dorp berucht voor zijn cannabisproductie en in 2014 brak er zelfs een ‘open oorlog’ uit tussen locals en politie, waarbij die laatste onder vuur werd genomen met rakketlanceerders en mortieren! Hallucinant. Over deze grens werd dus serieus gesmokkeld en het heikelen van de drugshandel is één van de actiepunten voor Albanië, willen ze tot de EU toetreden. Dit artikel beschrijft dat er nog heel wat werk aan de winkel is!

Vier dagen Albanië waren toch niet genoeg om ons te overtuigen. We moeten er wel bij vertellen dat we maar een stukje van het land gezien hebben en het ongetwijfeld nog veel meer te bieden heeft. Toch maken de kleine ongemakken het voor ons niet de ideale camperbestemming. De gebrekkige weginfrastructuur maakt dat je lang en oncomfortabel onderweg bent, al is de SH4 weg best in orde. Het afwezig zijn van grotere supermarkten en betaalterminals is ook vervelend.

Misschien zijn wij gewoon verwende nesten: Het kan best een leuk avontuur zijn: bakkertjes, groentenverkopers en kleine supermarktjes vind je overal en de mensen zijn super vriendelijk en behulpzaam. Overnachten kan overal. De stranden zijn ook veel campervriendelijker, zeker in vergelijking met Kroatië en zijn dure campings vlak naast de E65. Zorg wel dat je genoeg metalen en papieren eurootjes mee hebt on je honger en dorst mee te lessen. Wat assertiviteit om over de prijs te onderhandelen is ook meegenomen.

Eén reactie

  1. Heerlijk bijlezen!!!!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *