Natuur & Cultuur

Juli begint…

Aantal elanden gespot: 0

Het is gelukkig opgehouden met regenen. Voor we naar ons volgend plekje rijden neemt Nikki nog even een verfrissende duik in het Salstern meer, waar we twee nachten gestaan hebben. We ruilen Salstern in voor Tripphultssjön. Een klein meertje weer een stukje noordelijker. Ondanks dat het meer aan een onverharde weg ligt houdt het vele locals niet tegen om even een plonsje te nemen. Ook hier is het water roodbruin maar helder, ik vermoed dat er overal veel ijzer in het water zit.

We wandelen over de vele paadjes en wegels en plukken veel bosbessen. Het wordt tijd dat we een bessenplukker gaan kopen… Ik pik de EK match tussen België – Frankrijk mee en daarmee heb ik ook de eerste en laatste match van het EK gezien.

Maar vooraleer we hier ons kamp opslaan bezoeken we nog een mooi natuurgebied(je) “Harge uddar”. Aan het noordelijk puntje van het Vättern meer… Alweer een tip van Wouter.

Harge Uddar

Örebro

Wie ons al even volgt, weet dat we geen volk zijn dat graag in een stad rondslentert. Maar we maken een uitzondering voor Örebro, waar zich een oud historisch centrum bevindt. Wel ongeveer, Wadköping is een plek buiten het centrum waar men historische gebouwen naartoe verplaatst heeft. In de oude huisjes bevinden zich verschillende musea, artisanale winkeltjes en oude ambachten. Er lopen ook mensen in traditionele klederdracht rond. Iets waar menig toerist van begint te likkebaarden. We parkeerden Nigel op een parking aan de rand van de universiteitsbuurt – en ja, ook daar was een meer. Na een kwartiertje stappen stonden we in Wadköping.

De feestdis van een rijke familie – interessant detail: de glazen werden niet op tafel gezet maar aangereikt door de bedienden wanneer men wou drinken
Mooie appartementen naast het kanaal van Örebro

Op naar de mijnbouw – Bergslagen

We zetten koers naar Bergslagen, ten noorden van het Vännern meer. Deze regio is het epicentrum voor wie van oude mijnbouw en industriële archeologie houdt. Dit wisten we zelf niet, we beginnen te denken dat wij kopermijnen aantrekken, zie ons avontuur in Spanje. Deze regio was dus het centrum van mijnbouw vanaf de middeleeuwen (en ook daarvoor) tot eind van de vorige eeuw. Zweden was ooit een van de belangrijkste exporteurs van ijzer in de wereld. Na de Tweede Wereldoorlog was de concurrentie met oa Australië en China niet houdbaar, maar ondertussen zou het wel weer rendabel zijn om terug aan mijnbouw te gaan doen. Er zijn in deze streek sporen van ijzer gieten gevonden tot 400 voor Christus! Ijzer nam het over van brons, een mengeling van koper en tin, toen de mens het procédé ontdekte om ijzer te winnen uit erts. Ijzererts is namelijk veel minder zeldzaam dan koper en tin. Dat ijzer het over nam van brons omdat het sterker zou zijn, klopt dus niet!

In deze streek vind je dus tal van mijnen en ‘blast furnaces’. Je vindt nog tal van deze hoogovens uit verschillende periodes, de meeste uit de laat 19e – vroeg 20e eeuw. Hier werd steenkool, kalksteen en ijzererts omgevormd tot ijzer in reusachtige stenen kokers. Rond deze hoogovens was enorm veel bedrijvigheid: bomen werden gerooid voor houtskool. ijzererts en kalksteen werd uit de grond gehaald of aangevoerd en het afwerkte ijzer werd verkocht en getransporteerd. De arbeiders hadden natuurlijk ook huisvesting en voeding nodig. Onze eerste halte was Pershyttan.

De hoogoven – of blast furnace in het Engels – van Pershyttan

Het meest interessante van deze site bevindt zich een paar honderd meter verder, waar de mijn zich bevond. Vooral het waterrad en de wederzijdse transmissie van de opgewekte kracht. Ok, da’s misschien moeilijk uitgelegd, vergelijk het met de aandrijving van een locomotief waarbij de heen- en weerbeweging van twee armen omgezet wordt in een draaiende beweging. Zo bracht men kracht van het waterrad dus over naar de plek van de mijn. Of dit erg efficiënt was is maar de vraag…

De watertoevoer naar het gebouw waarin het rad staat

Naast ijzererts ontginnen, werden er in dit mineraalrijk gebied nog vele andere dingen uit de grond gehaald, zoals koper en zilver. Een bijproduct van het smelten van koper- en ijzererts is ‘slak’. De slak, een soort rots, die bij ijzerproductie gecreëerd werd, werd gebruikt in de huizenbouw. De slak bij de koperproductie werd vermalen, vermengd met lijnolie en gebruikt om de houten huizen te schilderen: dit geeft de typisch bruin-rode kleur die je overal in Zweden ziet.

Ok, genoeg geschiedenis en weetjes voor deze week. Ik hoop dat jullie ervan genoten hebben en tot de volgende keer!

Gert, Nikki, Moya & Siggy

4 reacties

  1. Hoikes,
    Wat een mooi verslag en wat een onwaarschijnlijk mooie foto’s van idyllische plekjes. Het is duidelijk dat dit een onwaarschijnlijk mooi land is.
    Ik kijk al uit naar de volgende verhalen en foto’s.
    Liefs Inne

  2. Mooi geschreven!

  3. Ikke beetje jaloers maar ben wel heel blij voor jullie 😃

  4. ik kom ook vlug af, een potteke slakkenverf kopen , mooi kleurke

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *